Hout oliën. Hoe werkt dat?

Hout oliën is niet zo moeilijk. Leer hier hoe het werkt!Olie gebruiken is niet zo moeilijk als soms gedacht wordt. Sterker nog, het is eigenlijk véél makkelijker dan schilderen. Op deze pagina vertellen we u daarom alle ins en outs van het met olie werken. Waarom zou je het willen, hoe werkt dat dan, welke olie heb ik nodig en waar moet ik op letten? We vertellen het u allemaal!

 

Waarom zou ik met olie af willen werken?

Kort gezegd kun je een oppervlak eigenlijk op 2 manieren beschermen.

De eerste manier is om het als het ware in te pakken in een plastic zak. Dat doe je met verf, vernis, beits en dergelijke. Een keurige bescherming, zolang die plastic zak maar heel blijft. Komt er een scheur in de zak dan zit daaronder eigenlijk vrij onbeschermde houtvezels en kan het water dat door die scheur naar binnen kruipt in alle rust zijn gang gaan om het oppervlak te laten verkleuren of zelfs te laten rotten. Wie weleens een bootje heeft gehad dat in de vernis stond weet daar alles van: denk je dat je het goed voor elkaar hebt, worden er tóch weer zwarte plekken zichtbaar en kun je weer helemaal opnieuw beginnen! Het onderhoud van die verf- of vernislaag is dus van cruciaal belang om de bescherming in tact te houden. En dat is precies waar het vaak mis gaat want dát er ergens een scheur op gaat treden als het materiaal onder invloed van de seizoenen gaat werken is wel zeker. Enige dat we niet altijd weten is wáár de zak zal scheuren en op welk moment dat precies gaat gebeuren. Als je het dus goed wil doen begin je alvast met een nieuwe laag vernis als de oude laag er nog prima uitziet.

Komt er toch een scheur in de verflaag dan kunnen regendruppels zoals gezegd in alle rust door die scheur in het materiaal dringen en daar hun ding doen. Schijnt vervolgens ook de zon nog eens lekker op het oppervlak dan ontstaat onder de verflaag een soort broeikasje waar schimmels welig tieren en het verkleurings- of rottingsproces versneld wordt.

 

De tweede manier om houten voorwerpen te schermen is om het niet in te pakken in een plastic zak maar het juist vol te proppen met olie, net zo lang tot er geen olie meer in past. En past er geen olie meer in, dan past er ook geen water meer in en is het materiaal dus keurig beschermd. Verflagen liggen zoals gezegd óp het oppervlak en kunnen dan ook eenvoudig worden beschadigd door werken van het materiaal of doordat iemand zijn fiets tegen je kozijnen zet of een bord op de grond laat vallen. Doordat een oliefilm niet óp maar juist ín het materiaal zit kan die vrijwel nooit beschadigd worden want je kunt er gewoon niet bij. Ook het werken onder invloed van de seizoenen maakt de oliefilm niet kapot omdat de drogende oliesoorten die wij maken als het ware een soort post-elastiek vormen als ze drogen. Daardoor rekt en krimpt de oliefilm gewoon mee met het materiaal zonder te scheuren of los te raken en blijft de bescherming tegen water dus keurig in tact.

 

Voor buitenwerk geldt dat de zon de grote boosdoener is omdat die alles kapot brandt. Het zal duidelijk zijn dat de zon veel meer werk heeft om een dikke verflaag kapot te krijgen dan dat hij werk heeft om de toplaag van een oliefilm kapot te krijgen want die toplaag van de olie ligt maar nét op het oppervlak. De rest van de oliefilm zit onder het oppervlak en is dus niet door de zon te bereiken maar de toplaag is maar dun en wordt dus relatief snel afgebroken. Als dat gebeurt is ontstaat er een kaal oppervlak (de oliefilm zit nog steeds in het materiaal en beschermd daar dus gewoon nog jarenlang) en een kaal oppervlak zal gaan vergrijzen als er verder niets aan gedaan wordt. Vind je dat mooi dan hoef je niets te doen, wil je dat niet dan moet je die toplaag regelmatig even aanvullen door even een in olie gedrenkte lap over het oppervlak te halen. Dat moet dus vaker dan wanneer je schildert maar is snel gebeurt.

 

Conclusie: Verf en vernis beschermen van buitenaf, zijn kwetsbaar en zijn veel werk om aan te brengen maar dat hoef je niet zo vaak te doen. Olie beschermd van binnenuit, is niet kapot te krijgen en is weinig werk om aan te brengen maar je moet wel vaker onderhoud plegen (wat dan ook weer slechts weinig werk is).

 

Hoe werkt het?

Doel van een oliebescherming is om het oppervlak van een houten, stenen, kunststof, of kurk oppervlak te verzadigen met olie zodat er geen vuil en vocht meer in kan dringen.

Voor oppervlakken die zwaar belast worden zoals hout dat buiten komt te wonen, keukentafels, vloeren en dergelijke is de werkwijze als volgt:

  • Eerste laag olie verdund met circa 30% Terpentijnolie aanbrengen.
  • Tweede laag olie verdund met circa 10% Terpentijnolie aanbrengen.
  • Volgende lagen olie onverdund aanbrengen tot het hout volledig verzadigd is.

Het al dan niet verdunnen van de olie werkt eenvoudig als volgt: Hoe sterker wordt verdund, hoe dieper de olie in zal dringen, hoe dikker de uiteindelijke oliefilm in het hout zal zijn en dus hoe beter de uiteindelijke bescherming zal worden maar ook hoe meer lagen nodig zullen zijn om het hout volledig te verzadigen en dus ook hoe meer werk en materiaal daarvoor benodigd is.

 

Voor hout dat niet zo zwaar belast wordt zoals bijvoorbeeld een boekenkast of nachtkastje hoef je de eerste lagen niet te verdunnen maar kun je direct onverdund aan de slag gaan waardoor je minder werk en minder materiaal nodig hebt maar je uiteraard ook een iets minder degelijke oliefilm krijgt.

 

De algemene werkwijze voor alle lagen, onverdund en verdund, is als volgt:

  • De olie dun aanbrengen met kwast, roller of doek
  • Ongeveer een half uur in laten trekken. Plaatsen die in die tijd de olie makkelijk opnemen direct nogmaals behandelen en met name kopse kanten, knoesten, scheuren en dergelijk extra aandacht geven
  • Het oppervlak afnemen met schone, droge lappen zodat er geen olie op het oppervlak achterblijft
  • De lappen uitgespreid laten drogen om broei te voorkomen
  • Eventueel volgende lagen na een dag wachten aanbrengen en zoveel lagen aanbrengen tot het hout niets meer opneemt en dus verzadigd is.

 

Welke oliesoort gebruik je?

Welke olie je precies nodig hebt hangt van een aantal zaken af. We kunnen in deze tekst niet alle situaties vangen maar zullen proberen wat meer uitleg te geven. Heeft u na het lezen hiervan toch nog vragen stuur dan gerust even een mailtje naar info@hout-olie.nl zodat we u van advies op maat kunnen voorzien: van harte welkom!

Er bestaan veel oliesoorten wat het verhaal zoals gezegd wat lastig maakt maar in zijn algemeenheid kunnen we stellen dat producten die Lijnolie bevatten prima zullen impregneren maar sterk zullen vergelen en bij buitengebruik op termijn zwart zullen worden. Alle producten die Lijnolie bevatten zijn om die reden minder geschikt voor lichtgekleurde houtsoorten en buitengebruik. Die producten zijn dus met name voor binnen en donkerdere houtsoorten geschikt. Ondanks dat worden ze wel vaak buiten toegepast maar dat heeft dan meestal te maken met het feit dat de verwerker ons nog niet heeft gevonden of de literprijs belangrijker dan kwaliteit vindt.

 

De oliesoort die het meest algemeen toepasbaar is (binnen, buiten, lichte houtsoorten, donkere houtsoorten et cetera) is de Verbeterde Houtolie. Die oliesoort is een puur olieproduct en bevat geen oplosmiddel waardoor er zowel heel zuinig als milieuvriendelijk mee gewerkt kan worden.

 

Voor oppervlakken die buiten komen te wonen zou het fijn zijn als we daarvan de toplaag van de olie iets dikker zouden kunnen maken zodat er iets minder vaak onderhoud gepleegd hoeft te worden. In die categorie vallen onder andere de Bankiraiolie, Verbeterde Danish Oil, Hardhoutolie en Teakolie. Allemaal oliesoorten die de zon wat langer kunnen weerstaan. Keerzijde daarvan is dat ze iets minder goed indringen zodat we onder die oliesoorten altijd beginnen met een laag Impregneerolie om het hout toch zo diep mogelijk te verzadigen met olie. Zie de Impregneerolie dus als een soort grondverf in olieland en de Bankiraiolie en dergelijke als aflak. Voor alle lagen geldt ook nu natuurlijk wel dat ook hierbij het oppervlak tijdig wordt afgenomen om et voorkomen dat er echt een oliefilm óp het oppervlak achterblijft want dat geeft alleen narigheid doordat een te dikke laag heel langzaam droogt en gaat rimpelen, plakken en vuil vast zal houden.

 

Waar let je op?

Behalve dat je het juiste product kiest en de hierboven genoemde werkwijze volgt zijn de volgende dingen nog extra van belang.

 

De eerste, veel gemaakte, fout is dat mensen met olie gaan schilderen alsof het verf is en bij de overtollige  olie niet, te laat of onvoldoende grondig uitpoetsen waardoor een te dikke oliefilm op het oppervlak achterblijft. NIET DOEN want het is een heel vervelende klus om die achtergebleven toplaag later alsnog te verwijderen. Ongeveer een half uur na het aanbrengen van de oliefilm het oppervlak dus volledig schoonmaken met schone, droge lappen tot de lappen niets meer opnemen.

 

Tweede punt dat extra van belang is is dat bij het drogen van olie warmte vrij komt. Dat is normaliter geen enkel probleem maar als je de lappen waarmee je het oppervlak hebt afgenomen tot een prop frommelt dan kan het, zeker bij wat lekkerder weer, binnenin die prop zó warm worden dat de prop vanzelf in brand vliegt. Zelfontbranding noemen we dat en dat kan uiteraard heel vervelende gevolgen hebben. Laat alle gebruikte lappen dus altijd uitgespreid drogen en gooi ze pas de volgende dag in de kliko om af te voeren.

 

En tot slot: Zorg dat het lekker weer is als je met olie aan de slag gaat. Olie droogt namelijk het prettigst bij een temperatuur die tussen de 15 en 25 graden ligt. Bij aanmerkelijk lagere temperaturen wordt de droogtijd enorm veel langer, bij veel hogere temperaturen wordt de droogtijd wel korter maar wordt daardoor ook de levensduur korter en met name dat laatste is uiteraard niet wat je wilt.

 

Moet ik nog meer weten?

Nee, waarschijnlijk niet maar stuur zoals gezegd gerust een mailtje als je toch nog vragen hebt en anders: Succes maar vooral veel plezier met de klus!